menu Home
Eemsdelta

Jan Menninga: ‘Van het concert des levens krijgt niemand een program’

Jeroen Kunst | 31 mei 2026

Jan Menninga werd woensdag 27 mei benoemd tot wethouder van de gemeente Eemsdelta. Foto: Jan van Heerde.

Wethouder Jan Menninga bewijst bijna het onmogelijke en keert voor de tiende keer terug in de politieke arena van de gemeente Eemsdelta. Ondanks een lage positie op de kandidatenlijst en concrete plannen om te stoppen, start de ervaren wethouder vol energie aan een nieuwe raadsperiode. Bijna niemand hield er meer rekening mee, ook Menninga zelf niet.

Door Jeroen Kunst

’’Gelukkig is mijn fysieke staat nog dusdanig dat ik me hier weer voor de volle 100 procent voor kan inzetten’’, vertelt de wethouder aan het begin van zijn tiende termijn. ’’Mijn privésituatie geeft me ruimte en ik heb mezelf de vraag gesteld, wat wil je nog in het leven? Uiteindelijk heb ik er bewust voor gekozen om zolang het nog gaat mijn energie en inzet te geven aan de gemeente Eemsdelta. Garanties heb je niet, maar op mijn leeftijd is dat helemaal niet erg. Het is in elk geval prachtig dat ik dit mag doen.’’

Als we teruggaan naar uw eerste termijn in Termunten versus de huidige termijn in Eemsdelta. Wat is de grootste verandering in hoe politiek wordt bedreven en hoe inwoners naar de overheid kijken?

’’Termunten was natuurlijk heel kleinschalig. Destijds hadden we een scherpere politieke discussie in de raad, omdat de CPN (Communistische Partij Nederland) nog heel sterk vertegenwoordigd was in de gemeenteraad. Jongere mensen weten vandaag de dag misschien niet eens meer wat de CPN vlak na de Tweede Wereldoorlog betekende voor Oost-Groningen. Dat was een heel andere tijd. Ook de problemen waren toen heel anders: gaten in het wegdek, kapotte lantaarnpalen, dat soort werk. Dat is nu allemaal voorbij. We hadden vroeger ook nog geen enkele vorm van ICT. Onze drukker, die tevens bode was, liep in een stofjas door het gemeentehuis en zat ’s avonds onder de inkt van de stencilmachine. Dat zie je nu echt niet meer. De organisatie was destijds ook veel kleiner en ik was zelf natuurlijk ook een stuk jonger, waardoor je anders in het leven stond.’’

Menninga voelt zich als een vis in het water als het gaat om het bedrijven van politiek op lokaal niveau en koesterde in zijn lange politieke loopbaan zelden de wens om het hogerop te zoeken in de politiek.

’’Ik doe mijn best voor de gemeente Eemsdelta, al zit ik soms weleens in de overdrive. Dat was met name in de tijd dat ik wethouder was in de voormalige gemeente Delfzijl en dat speelt nu wat minder. Voor het overige sta ik open voor ieder raadslid, iedere partij en vooral voor de inwoners, want daar houd ik van. Daarom ben ik ook nooit uit de lokale politiek weggegaan. Ik werk graag heel dichtbij de basis, zodat je echt kunt zien wat je realiseert en dat is de kracht van lokaal bestuur. Ik heb er doelbewust voor gekozen om het nooit hogerop te zoeken. Ik heb het in mijn omgeving gezien: naast het politieke werk zijn er ook andere zaken in het leven waar je van moet genieten. Hoe hoger je in de boom zit, hoe meer je in een keurslijf terechtkomt. Daar ben ik absoluut ongeschikt voor en daar moet ik niet aan beginnen. Het spel op landelijk niveau is dus ook niet aan mij besteed.’’

U geeft aan dat de politiek op lokaal niveau dichtbij de mensen moet staan,  maar is het bestuur door alle herindelingen en schaalvergrotingen daadwerkelijk dichter bij de burger komen te staan, of juist verder weg?

’’Fysiek gezien ben je natuurlijk verder weg komen te staan, maar aan de andere kant kunnen mensen door moderne techniek en social media juist heel snel en direct bij het bestuur terecht met al hun vragen. De problematiek is ook enorm veranderd. Vroeger in Termunten en zelfs nog in Delfzijl hadden we bijvoorbeeld nog nooit gehoord van de complexe problemen en enorme kosten binnen de jeugdzorg. Al die taken zijn de afgelopen tien jaar door de Rijksoverheid naar de gemeenten overgeheveld. Dit vraagt om een heel andere vorm van besturen en wat de gemeente Eemsdelta daarnaast uniek maakt ten opzichte van een normale gemeente, is de aardbevingsproblematiek. Dat heeft de hele wereld hier in de regio op zijn kop gezet. Dit blijft een enorme uitdaging die een lange adem, veel geduld en af en toe ook een gevoel van machteloosheid vraagt.’’

We staan aan het begin van een nieuwe raadsperiode en u gaat zich bezighouden met het landelijk gebied en financiën. Je hoort mensen om je heen al zeggen dat er financieel moeilijke jaren aankomen. Hoe gaat u de gemeente Eemsdelta door dit zware financiële weer loodsen?

“De eerste stap is om de gemeenteraad goed mee te nemen in de realiteit. Wat zijn de werkelijke problemen? Wat komt er op ons af en wat zijn de mogelijkheden? Ik denk dat ik een jaartje nodig heb om te kijken op welke manier we de financiële toekomst zekerder kunnen stellen. Dit is geen overhaast werk; we gaan dit gestructureerd aanpakken. Voor volgend jaar hebben we, met de kennis van nu, in ieder geval nog een sluitende begroting. We moeten onszelf en de nieuwe raad dus even de tijd geven en ik wil dit nadrukkelijk samen met de gemeenteraad oppakken.’’

Heeft u er vertrouwen in dat het huishoudboekje van de gemeente Eemsdelta op orde komt en blijft?

’’Een huishoudboekje kun je op papier altijd sluitend maken. De kunst is echter als je ergens geld vandaan moet halen, waar doe je dat dan? Wat zijn de mogelijkheden en hoe kunnen we tegelijkertijd de burgers blijven bedienen, zoals de politiek dat graag wil? Dat is een heel ingewikkeld spanningsveld, maar met de nodige ervaring kun je dat sturen. Ik heb al twee grote bezuinigingsoperaties achter de rug, dus dit wordt mijn derde. De ‘lucht’ is inmiddels wel uit de begroting, dus we moeten nu echt gaan kijken welke fundamentele andere keuzes we kunnen maken en voorleggen aan de raad. Wat we in het verleden ‘fouten’ noemden, waren vaak bewuste keuzes. Wat ik altijd vooropstel, is dat we heel goed moeten nadenken bij grote projecten waarvan we vooraf aannemen dat er veel belangstelling voor zal zijn, zoals toeristische projecten. Bij zulke grote investeringen moet je altijd heel kritisch kijken naar de jaarlijkse exploitatiekosten. Die kosten komen namelijk ieder jaar weer terug. Voor heel veel gemeenten is dit een valkuil, omdat de verwachtingen vooraf vaak veel te optimistisch worden ingeschat. Dat moet strak geregeld zijn, want een te rooskleurige blik is de grootste valkuil. Sommigen roepen: ‘Ik verwacht minstens 100.000 bezoekers.’ Maar in de praktijk merk je daar soms maar de helft van, omdat er achter de dijk nu eenmaal alleen maar zeehonden wonen. Je moet dus zo snel mogelijk realistische prognoses stellen, zodat je niet wordt verrast.’’

U bent in een ver verleden begonnen bij de PvdA, maar inmiddels al jaren het gezicht van een lokale partij. Waarom werkt de lokale politiek in deze regio eigenlijk beter dan de landelijke partijen?

’’Ik weet niet of het per se ‘beter’ is, maar lokaal heb je natuurlijk direct met de mensen te maken. Daar moet je gevoel voor hebben. Ik wil absoluut niet zeggen dat de landelijke partijen het bij ons in de gemeenteraad slecht doen, maar ze hebben wel enorm veel nadeel van hun landelijke uitstraling. Toen ik ooit begon bij de PvdA, stond Joop den Uyl nog aan het roer. Wij hadden toen een fantastische, sterke gemeentelijke uitstraling in Delfzijl. Tegenwoordig is het landelijke imago van nagenoeg alle partijen niet best. Daar hebben de lokale afdelingen simpelweg veel last van. Daarnaast draait het om continuïteit in de top en herkenbaarheid; je moet het vertrouwen van de burgers winnen. Ik vind de afwezigheid van de pers in dit gebied wel een gemis, maar dat geldt landelijk trouwens ook hoor. We hebben hier niet meer de journalistieke controle zoals we die in de jaren negentig in Delfzijl hadden met de grote vooraanstaande kranten. Het medialandschap is nu heel erg versnipperd. De keerzijde is wel dat dit gebrek aan belangstelling het leven van een bestuurder soms wat gemakkelijker maakt. Het is net als met minder politie op straat: je hebt minder directe controle en minder druk van de pers. Dat scheelt een hoop kopzorgen.’’

U gaf aan dat u er nog veel plezier in heeft. Is het dan niet lastig om het stokje  na verloop van tijd definitief over te dragen?

’’Nee hoor, helemaal niet. Normaal gesproken was Martijn Meijer de tweede wethouder geworden voor de partij. Ik heb me tijdens de verkiezingscampagne bewust heel rustig opgesteld en alleen mijn bijdrage geleverd waar dat echt nodig was. Maar door de verkiezingsuitslag en de daaropvolgende formatiegesprekken kwamen we uiteindelijk op deze portefeuilleverdeling uit. Toen de vraag kwam hoe ik erin stond, dacht ik. Ik heb een groot hart voor deze gemeente. Mijn stelling is altijd: van het concert des levens krijgt niemand een program. Dat is in mijn geval ook zo, want op deze wending had ik niet meer gerekend. Ik was er oprecht van uitgegaan dat ik zou stoppen als wethouder. Ik had me er zelfs al een beetje op voorbereid en nagedacht over wat ik daarna zou gaan doen, maar toen werd er gezegd. Eerst dit goed afmaken, de rest komt later wel en zo kwam dit ineens weer op mijn pad. Ik voel me fit, dus ik dacht: zo is het leven. Niemand krijgt een kant-en-klaar programma in het leven en dat is soms maar goed ook, want er kunnen zomaar ineens weer hele mooie dingen gebeuren.’’

U bent inmiddels de enige wethouder in Nederland die voor de tiende keer terugkeert. Maak dat indruk?

’’Dat weet ik eigenlijk niet, daar houd ik me niet mee bezig. Men grapt er weleens over dat ik er inmiddels wel een straatnaam aan overhoud, maar dat vind ik vooral mooi voor de buren. Ik lig er niet wakker van. Het mooiste compliment krijg je uiteindelijk van de kiezers. Het is voor mij overigens wel de eerste keer dat ik niet hoog op de kandidatenlijst stond en tóch weer als wethouder ben gekozen. Dat is inderdaad wel uniek.’’

Als deze tiende termijn voorbij is, wanneer is de periode dan écht geslaagd? In de wandelgangen zingen nog steeds geluiden rond dat er op het gebied van sportlocaties echt iets gerealiseerd moet worden.

’’Nou, ik heb inderdaad een paar locaties die ik nog graag wil aanpakken. De komende jaren wil ik onder andere flink aan de slag met Sportpark Zuid. Daarnaast hoop ik het Marconi-project definitief af te ronden. Toen ik daar in 2014 mee begon, riep ik. In 2030 zitten we op de nieuwe weg bij het Eemshofgebouw. Mensen zeiden toen dat ik gek was en dat het nooit zou lukken. Nou, het Marconi-project is inmiddels klaar en met het nieuwe Huis voor Cultuur en Bestuur zijn we hard aan de slag. Het voormalige pand van de Action ligt inmiddels ook tegen de vlakte, dus we hebben flink de ruimte gepakt. Dat vind ik fantastisch.’’

Wanneer moet dat nieuwe Huis voor Cultuur en Bestuur helemaal klaar zijn?

’’Wie de planning van Delfzijl volgt weet dat we mikken op juli 2029. Als we rond die tijd de sleutel kunnen omdraaien, is iedereen dolblij. En ja, dat ga ik dus gewoon nog meemaken als wethouder. Als ik dit tot een goed einde kan brengen, dan sta ik er straks na afloop met een hele grote glimlach bij.’’

 





  • play_circle_filled

    Omroep Eemsdelta
    Altijd dichtbij

  • cover play_circle_filled

    Lunchradio
    13:00 - 14:00

play_arrow skip_previous skip_next volume_down
playlist_play