Provincie komt niet terug op omstreden verkoop boerderij Schelligheheert
De provincie komt niet terug op de openbare verkoop van de monumentale boerderij Schelligheheert bij Winsum. Gedeputeerde Staten (GS) antwoorden dat op vragen van de statenfractie van de ChristenUnie.
Een aantal lokale initiatiefnemers had een plan ingediend voor de boerderij en twintig hectare grond.
Ze wilden op de Schelligheheert landbouw, natuur, landschap en maatschappelijke betrokkenheid bij elkaar brengen. Er zou groente verbouwd gaan worden, in de verbouwde boerderij zouden kunstenaars, scholen en lokale ondernemers elkaar kunnen vinden en vee zou op kruidenrijke gronden kunnen grazen.
Verzekeringsgroep a.s.r. en de burgercoöperatie Herenboeren zich bij het initiatief aan, samen met de stichting Roemte en Vakland Het Hogeland.
Verbazing
Er werd een bod uitgebracht op de boerderij en de grond, maar de provincie koos eerder deze maand voor een andere partij. Dit tot grote verbazing van de lokale initiatiefnemers. Er was immers beloofd dat de kwaliteit van de plannen voor tachtig procent zou meewegen in de beslissing wie de boerderij in handen zou krijgen, en financiën maar twintig procent. Zij vermoeden dat de kwaliteitseisen zo vaag zijn omschreven dat uiteindelijk toch het geld de doorslag heeft gegeven. De boerderij en de landerijen komen nu in handen van een investeringsmaatschappij.
De ChristenUnie had gevraagd of de beslissing ‘op pauze’ zou kunnen worden gezet, totdat duidelijk is of de juiste procedure is gevolgd. Maar Gedeputeerde Staten stellen dat er geen formeel bezwaar is ingediend tegen het besluit. Dat had binnen elf dagen na het besluit moeten gebeuren. ‘Er is geen reden om een pauze toe te passen’, schrijven GS.
‘Lering trekken’
De fracties van PvdA en GroenLinks in Provinciale Staten hebben inmiddels ook vragen gesteld over de verkoopprocedure. Volgens de fracties heeft de kwaliteit van de plannen een te kleine rol gespeeld. Zij vragen of er toch nog gekeken kan worden naar de verkoopprocedure. Mocht dat niet kunnen, dan willen de partijen in ieder geval dat de provincie in overleg gaat met de lokale initiatiefnemers ‘om lering te trekken uit wat er is gebeurd’.

