SP: ‘Voor sterke industrie én gezonde leefomgeving – geen haastwerk bij bestemmingsplan Oosterhorn’
De SP Eemsdelta roept de gemeenteraad op om het bestemmingsplan Oosterhorn niet vast te stellen zolang fundamentele kritiekpunten uit de Milieueffectrapportage (MER) onbeantwoord blijven. De partij benadrukt dat het hier niet gaat om een strijd tégen de industrie, maar om een pleidooi vóór zorgvuldigheid, gezondheid en duurzame werkgelegenheid.
De commissie voor de milieueffectrapportage heeft herhaaldelijk geconcludeerd dat het plan onvoldoende inzicht geeft in de effecten op luchtkwaliteit, water, natuur en de uitstoot van gevaarlijke stoffen. Daarbij waarschuwt de SP dat de Omgevingsdienst Groningen door structurele onderbezetting onvoldoende capaciteit heeft voor toezicht en handhaving.
Anthony Williams, lijsttrekker voor de SP Eemsdelta, zegt:
“Wij zijn trots op de werkgelegenheid die de industrie in onze regio biedt. Mensen in Eemsdelta verdienen goed werk met zekerheid, fatsoenlijk loon en veiligheid op de werkvloer. Maar bij elke ontwikkeling moeten ook de zorgen over gezondheid van omwonenden en werknemers serieus worden genomen. Echte economische vooruitgang betekent dat mensen niet hoeven te kiezen tussen hun baan en hun gezondheid.
We zijn dus niet tegen industrie: we zijn vóór sterke bedrijven die verantwoordelijkheid nemen voor mens, milieu en gemeenschap.”
De SP verwijst naar de lessen uit de Parlementaire Enquête Aardgaswinning Groningen, waarin werd vastgesteld dat economische belangen te vaak zwaarder wogen dan de gezondheid van inwoners. Volgens de partij mag dat niet opnieuw gebeuren.
Fenna Feenstra, voorzitter van SP Eemsdelta, vult aan:
“Onze regio heeft genoeg meegemaakt. Als we nu besluiten nemen die opnieuw decennialang bepalend zijn voor onze leefomgeving, dan moet dat gebeuren op basis van volledige, onafhankelijke informatie. Niet op basis van haast of druk van bedrijven. Dat is in het belang van iedereen: van omwonenden én van mensen die in de industrie werken.”
De SP vraagt de gemeenteraad om het bestemmingsplan pas vast te stellen als:
- aan alle punten van kritiek uit de MER is voldaan;
- onafhankelijke gegevens beschikbaar zijn over gezondheidseffecten; en
- de Omgevingsdienst voldoende capaciteit heeft om toezicht en handhaving te garanderen.
Feenstra besluit: “Zorgvuldigheid is geen rem op ontwikkeling, het is de basis voor vertrouwen in de toekomst. Alleen zo bouwen we aan een sterke industrie in een gezonde gemeente.”


