De auto parkeren in Delfzijl: ‘Ik ga hier nu met een gerust hart winkelen’
Kan je nog wel je auto parkeren als je naar het centrum van Delfzijl wil? In de media verschenen het afgelopen jaar verschillende berichten dat de parkeerdruk hoog was. De gemeente Eemsdelta kondigde zelfs een wegsleepregeling af. Blijkbaar was de nood voor een automobilist zo hoog dat die zijn auto in een zandbak parkeerde. Hoe staan de zaken er nú voor? Omroep Eemsdelta ging poolshoogte nemen op het drukke Vennenplein. Conclusie: de meningen zijn verdeeld.
Volgens de gemeente Eemsdelta heeft de parkeerdruk ook te maken met de toename van het aantal bewoners dat tijdelijk in het centrum verblijft voor werk. Deze groep, die vaak via uitzendorganisaties in de regio werkt, beschikt over meerdere voertuigen per woning. Dat leidt tot extra druk op de beschikbare parkeerplekken en het parkeren binnen het voetgangersgebied. (tekst gaat verder onder de video)
Toch denkt voorzitter Arjen Boersma van handelsvereniging Dok dat die groep niet de enige is die voor parkeerdruk zorgt. Ook de ambtenaren van het gemeentehuis parkeren hun auto’s in het centrum, zegt Boersma. “En we hebben hier te maken met scheepvaartbedrijf Wagenborg dat veel mensen aan het werk heeft.” Maar hij vindt dat het we meevalt met de parkeerdruk. “Op een vrijdagmiddag en zaterdag kun je hier prima de auto parkeren. En doordeweeks net zo.”
Een vrouw heeft net samen met haar moeder boodschappen gedaan. De auto hebben ze geparkeerd op het andere parkeerterrein bij het Vennenplein. “Met de nieuwe parkeerplek naast het Vennenplein is het nu ruim en riant”, vertelt ze. Ze wil trouwens liever fietsen of lopen naar de winkels. Maar vanwege het onvoorspelbare weer is ze met de auto gekomen.
Verschrikkelijk
“Dat is heel slecht geregeld”, zegt een oudere automobilist op de vraag wat hij van het parkeren in centrum vindt. Hij en zijn vrouw komen wekelijks twee tot vier keer naar het centrum. Om te winkelen, voor de gezelligheid en om vrienden te bezoeken. “Ik kan bijna nooit rechtstreeks parkeren. Ik moet altijd een rondje rijden en als er geen plek is moet ik aan de overkant van de weg staan.” Hij vertelt dat hij en zijn vrouw niet meer zo gemakkelijk lopen dus een parkeerterrein waar je altijd terecht kunt, zou hij heel ‘aardig’ vinden.
“Ik vind het hier soms verschrikkelijk”, zegt een mevrouw die net haar auto heeft geparkeerd. “Je moet hier zo vaak rondrijden voordat je een keer een plekje hebt.” Het rondrijden voor een parkeerplek is voor veel mensen die we spreken een bron van ergernis. Ondanks dat er bij het naastgelegen parkeerterrein ruimte is rijdt een vrouw, die haar boodschappen net in de auto legt, liever tien rondjes om dichtbij te kunnen parkeren. Ze vindt het parkeren in Delfzijl ‘slecht, gewoon slecht’. Op de vraag of ze iedere keer problemen ondervindt als ze hier parkeert antwoordt ze: ”Nee, dat niet. Ik rij dan gewoon nog een rondje. Er gaat er wel een keertje één weg.”
Gerust hart
Een mevrouw die net haar boodschappen heeft gedaan, vertelt dat het nu veel beter is dan vorig jaar. “Je kon de auto nooit kwijt. Als je boodschappen doet wil je in de buurt van de supermarkt parkeren. En dat was hier gewoon niet mogelijk.” Nu vindt ze het stukken beter. “Ik ga nu met een gerust hart winkelen in Delfzijl.”

