Politieke patstelling rond meetnet Oosterhorn: ‘Grote zorgen, maar er wordt niets mee gedaan’
Stichting Zuidelijke Dorpen Delfzijl-voorzitter Jan Wierenga. Foto: Jeroen Kunst.
Inwoners rondom het industriegebied Oosterhorn en de Eemshaven eisen een permanent meetnet voor de luchtkwaliteit vanwege geplande industriële uitbreidingen. Hoewel er binnen de gemeente Eemsdelta breed draagvlak is, weigert de provincie Groningen de portemonnee te trekken. De discussie bevindt zich in een politieke patstelling.
Door Jeroen Kunst
Met een nipte meerderheid van 21 tegen 20 stemmen verwierpen de Provinciale Staten onlangs een motie van de BBB voor een volwaardig meetnetwerk in het industriecluster Delfzijl/Oosterhorn. Volgens de provincie is zo’n netwerk onnodig, omdat de luchtkwaliteit volgens bestaande onderzoeken aan de normen voldoet. De noodzaak die lijkt te ontbreken stuit tegen het zere been van Jan Wierenga, die als voorzitter van Stichting Zuidelijke Dorpen al jarenlang pleit voor een permanent meetnet.
Onderzoek
’’De provincie verschuilt zich voor ons vooralsnog achter onduidelijke argumenten. Zij baseren zich onder andere op een TNO-onderzoek van zeker zes jaar oud. Dat ging over een situatie met 100 hectare chemische industrie. Er wordt straks een industriegebied van 400 hectare chemie gevuld met bedrijven die onder andere werken met Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS). Dit baart ons grote zorgen, maar er wordt blijkbaar niets mee gedaan.’’
Toelichting
De bewonersorganisaties zijn momenteel in gesprek met de Provincie en hebben een toelichting ontvangen op het door het Provinciale college voorgestelde meetnet. Op basis van deze toelichting zijn diverse inhoudelijke vragen ontstaan die bewoners beantwoord willen zien. De beantwoording en onderbouwing daarvan zullen onderdeel vormen van de verdere beoordeling van het voorstel. Daarbij zullen de bewonersorganisaties zich baseren op eigen analyse en onafhankelijke expertise van derden. Het proces moet daardoor transparant, navolgbaar en uitlegbaar zijn richting bewoners, bestuurders en volksvertegenwoordigers.

Contrast
Hoe anders is de situatie in de regio Rijnmond waar alleen al in het Rotterdamse havengebied 6000 hectare bedrijfsterrein ligt en ongeveer de helft daarvan is bestemd voor chemische industrie. Waar Groningen de boot afhoudt, werd de noodzaak van een meetnet in Zuid-Holland al in de jaren zestig en zeventig erkend. Wat begon als een waarschuwingssysteem voor industriële incidenten (zoals SO₂-uitstoot), is inmiddels uitgegroeid tot een modern tweesporenbeleid: een regulier luchtmeetnet voor lange termijn monitoring én een fijnmazig netwerk van elektronische neuzen (e-noses) voor acute stank en veiligheid. Sef van den Elshout, senior adviseur luchtkwaliteit bij DCMR, legt uit dat meten en rekenen hand in hand moeten gaan.
Meetnet
’’Het luchtmeetnet dient voor een groot deel om rekenmodellen te controleren. Omdat we in de regio Rijnmond jarenlang dicht tegen de wettelijke grenswaarden aan zaten, waren die extra metingen cruciaal om onzekerheden in de modellen te verkleinen.’’ Van den Elshout benadrukt dat een meetnet vooral meerwaarde heeft als er over een reeks van jaren structureel wordt gemeten. ’’Kortstondige piekemissies of geuroverlast worden direct opgevangen door het fijnmazige e-nose-netwerk, maar daarmee weet je dan meestal nog niet wat en hoeveel het is. Het reguliere meetnet kijkt naar een paar belangrijkje stoffen en helpt om de structurele situatie en daarmee de effecten op de gezondheid in kaart te brengen.’’
Vertrouwen
Naast de harde data speelt het meetnet in de regio Rijnmond een psychologische rol. Van den Elshout: ’’Meten is weten en dat creëert vertrouwen onder omwonenden. Vooral bij oudere inwoners die de zware luchtvervuiling van decennia geleden nog hebben meegemaakt, straalt DCMR hierdoor betrouwbaarheid uit.’’ Al een aantal jaren staat citizen science in de belangstelling. Hierbij meten burgers zelf de luchtkwaliteit en dit kan relatief goedkoop voor een paar stoffen. Omdat de interpretatie en ijking van die data complex is, helpt de milieudienst DCMR inwoners hierbij.
Financiering
De financiering in de regio Rijnmond is helder verdeeld: de lokale overheden (Provincie Zuid-Holland en de gemeente Rotterdam) betalen het luchtmeetnet, het Havenbedrijf financiert het e-nose-netwerk en de grote industrie betaalt zelf voor verplichte schoorsteenmetingen. Bedrijven dragen niet bij aan het DCMR-meetnet. In Groningen blijft het voorlopig de vraag of de provincie dezelfde verantwoordelijkheid durft te nemen.

